Tweede Dorpstafel Herveld-Andelst

Van elkaar leren kennen naar samen beter aansluiten

Op dinsdag 29 september 2026 kwamen inwoners en vertegenwoordigers van welzijn, wonen, zorg en gemeente opnieuw samen in De Hoendrik voor de tweede Dorpstafel Welzijn, Wonen & Zorg. Centraal stond de vraag: Hoe zorgen we dat mensen onderdeel van het gewone leven kunnen zijn en blijven, wat kan tussen mensen zelf ontstaan en hoe zorgen we dat professionele ondersteuning aansluit wanneer dat nodig is?

Sinds de eerste Dorpstafel van 11 mei zijn eerste stappen gezet. Er wordt gewerkt aan een sociale kaart, de appgroep Omzien naar elkaar is gestart en op verschillende plekken in het dorp ontstaan nieuwe verbindingen. De Dorpstafel is geen nieuwe overlegstructuur, maar een plek om praktijkervaringen bij elkaar te brengen, patronen te herkennen en samen te leren wat helpt.

Ons Land: beginnen bij wat er al is

Anne Hulzebosch nam ons mee naar Ons Land, een buurt van circa 200 woningen. Daar begon het niet met een zorgvraag of professioneel programma, maar met ontmoeten en elkaar leren kennen. Via onder andere een nieuwjaarsborrel, samen bogen bouwen en Burendag ontstond steeds meer contact. Bewoners leerden elkaar kennen, gingen zelf activiteiten organiseren en inmiddels is een bewonerscommissie ontstaan. Ons Land laat zien hoeveel er kan groeien wanneer we niet meteen organiseren of professionaliseren, maar ruimte geven aan wat inwoners zelf opbouwen. Er kwamen twee belangrijke vragen naar voren. Wie zien we nog niet? Ook bij een geslaagde Burendag zijn er mensen die niet vanzelf aansluiten. En: wat gebeurt er wanneer bewoners tegen de grenzen van hun mogelijkheden aanlopen? In Ons Land wonen ook oudere en kwetsbaardere inwoners. Naar elkaar omkijken kan veel betekenen, maar een buurt kan niet iedere situatie zelf dragen.

Daar begint de volgende stap: hoe sluiten welzijn, wonen, zorg en gemeente aan op wat bewoners zelf hebben opgebouwd, zonder het over te nemen? Aan tafel ontstonden meteen praktische verbindingen. Liane bood aan om valpreventie bij Ons Land aan te bieden. De brandweer had tijdens een eerdere bijeenkomst bij Anne al voorlichting gegeven. Mooie voorbeelden van hetzelfde principe: niet opnieuw iets organiseren, maar aansluiten bij wat er al is en daar kennis en mogelijkheden aan toevoegen.

Klaarstaan voor onze Jeugd: handelingszekerheid

Dezelfde beweging herkennen we bij Klaarstaan voor onze Jeugd. Na verdrietige gebeurtenissen in het dorp ontstond vanuit inwoners de behoefte om iets te betekenen voor jongeren. Daarbij kwamen zorgen naar voren over onder andere mentale gezondheid, ontmoeting, groepsdruk, alcohol en drugs. De bedoeling is nadrukkelijk niet dat inwoners hulpverleners worden. Een trainer hoeft geen psycholoog te zijn en een buur hoeft een probleem niet op te lossen. De lijn is: zien → vragen → luisteren → nabij blijven → passend verbinden Dat vraagt om handelingszekerheid: niet alles zelf hoeven oplossen, maar wel weten wat je kunt doen, waar je grens ligt en wie je erbij kunt halen.

Aan tafel werd ook behoefte uitgesproken aan meer verbinding en inzet vanuit Forte Welzijn rondom jongeren. Niet om het inwonersinitiatief over te nemen, maar om jongeren, inwoners, verenigingen en professionals gemakkelijker met elkaar te verbinden.

Woonoverlast: ruimte voor verschil én grenzen herkennen

Patricia kon vanwege ziekte niet aanwezig zijn. Leonie nam haar plaats namens Kubuszorg in en bracht een concrete situatie mee. Zij vertelde over een bewoonster met wie het over het algemeen goed gaat, maar die onder invloed soms overlast veroorzaakt en bijvoorbeeld kinderen in de buurt lastigvalt. In zo’n situatie komen verschillende perspectieven samen. De bewoonster hoort bij de samenleving. Kinderen en ouders moeten zich veilig kunnen voelen. Buurtbewoners zien gedrag, maar weten niet altijd hoe zij daarmee om kunnen gaan. En verschillende professionals kunnen een verantwoordelijkheid hebben. Louis bracht hierbij de escalatieladder woonoverlast in. Niet iedere situatie vraagt hetzelfde. Soms helpt een gesprek tussen buren, soms is ondersteuning nodig en soms zijn de zorgen zodanig dat professionals gezamenlijk moeten handelen. Marieke voegde daar een belangrijk perspectief aan toe: ook inwoners kunnen ondersteuning gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan een keukentafelgesprek binnen een gezin. Hoe ga je als ouders en kinderen om met iemand in de buurt die soms onvoorspelbaar gedrag laat zien? Wat kun je zelf doen? Wat vraagt tolerantie voor verschil? En wanneer wordt een grens bereikt en is hulp van anderen nodig? Ook dat is handelingszekerheid. Niet: zoek het als inwoners zelf maar uit. Maar: help inwoners begrijpen wat zij tegenkomen, wat zij zelf kunnen doen en waar hun verantwoordelijkheid ophoudt. Een concrete vervolgstap is om inwoners die serieuze zorgen hebben uit te nodigen op de koffie. Eerst luisteren naar wat zij ervaren en nodig hebben, voordat we bepalen welke oplossing of organisatie daarbij hoort.

Sociaal verwijzen: de verbinding moet twee kanten op werken

Daarmee kwamen we ook bij sociaal verwijzen. Niet iedere vraag waarmee iemand bij een huisarts, zorgverlener, Sociaal Team of welzijnsprofessional terechtkomt, vraagt om een medische of professionele oplossing. Soms ligt een belangrijk deel van het antwoord juist in het gewone leven: een vereniging, ontmoetingsplek, buurtactiviteit, beweeggroep, vrijwilligersinitiatief of een plek waar iemand weer van betekenis kan zijn.
Herveld-Andelst heeft daarin veel te bieden. Alleen al aan de Dorpstafel waren verschillende bewonersinitiatieven, verenigingen en maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd.

De uitdaging is daarom niet automatisch om nóg meer aanbod te creëren, maar om beter te kennen en verbinden wat er al is. Dat vraagt wel meer dan iemand een telefoonnummer of sociale kaart meegeven. Sociaal verwijzen werkt pas goed wanneer professionals weten wat er lokaal aanwezig is, mensen en initiatieven kennen en kunnen helpen om de verbinding daadwerkelijk tot stand te brengen. En die verbinding moet wederkerig zijn. Wanneer een huisarts of zorgverlener ziet dat iemand vooral gebaat is bij ontmoeting of meedoen, moet de weg naar het gewone leven gemakkelijk zijn. Maar wanneer een buur, trainer, vrijwilliger of actieve inwoner merkt dat iemand méér nodig heeft dan de gemeenschap kan bieden, moet de weg naar professionele ondersteuning net zo eenvoudig zijn. Van professionele ondersteuning naar het gewone leven waar dat kan, en van het gewone leven naar professionele ondersteuning waar dat nodig is.

Samenredzaamheid vraagt ook professionele nabijheid

Het gesprek raakte daarmee aan een grotere ontwikkeling in zorg en welzijn. Door vergrijzing, personeelstekorten en toenemende zorgvragen wordt steeds vaker gesproken over zelfredzaamheid en samenredzaamheid. Herveld-Andelst heeft daarvoor een sterke basis. Er is een rijk verenigingsleven en er zijn buurten, clubs en inwoners die vanzelf naar elkaar omkijken. Die kracht moeten we koesteren. Maar de Dorpstafel riep ook een belangrijke tegenvraag op: Als we meer van inwoners en gemeenschappen verwachten, wat vraagt dat dan van professionals? De eerstelijnszorg was tijdens deze Dorpstafel beperkt rechtstreeks vertegenwoordigd. Liane zat aan tafel en bracht ook het bredere eerstelijnsperspectief in; andere genodigden uit de eerste lijn hadden zich afgemeld. Veel professionele aandacht gaat momenteel naar regionale ontwikkelingen en samenwerkingsverbanden. (RESV, Hechte Wijkverbanden, AZWA) Daar zit een belangrijke leervraag voor WWZ. Want preventie, participatie en vroegsignalering gebeuren uiteindelijk lokaal. Wanneer een trainer merkt dat een jongere verandert. Wanneer een buur ziet dat iemand achteruitgaat. Wanneer ouders zich zorgen maken over gedrag in hun straat. Of wanneer bewoners van Ons Land merken dat iemand niet meer aanhaakt. Samenredzaamheid kan daarom niet alleen betekenen dat er een beweging wordt gevraagd van professionals naar meer verantwoordelijkheid bij inwoners. Er is óók een beweging nodig van professionals naar de leefwereld van inwoners: aanwezig zijn, elkaar kennen, deuren openzetten en bereikbaar zijn wanneer meer nodig is.

Participatie werkt twee kanten op

Een onderzoek dat kort na de Dorpstafel voorbij kwam, sluit mooi bij deze vraag aan. Samantha Elkhuizen promoveert op burgerparticipatie in gezondheidsbevordering. Haar onderzoek naar zowel lokale initiatieven als regionale samenwerkingen laat zien dat betekenisvolle burgerparticipatie niet vanzelf ontstaat. Ruimte voor daadwerkelijke invloed, gelijkwaardige samenwerking, goede communicatie, erkenning en persoonlijk contact zijn belangrijke voorwaarden. Dat biedt een interessante spiegel voor onze eigen praktijk.

Participatie is niet alleen de vraag: Hoe zorgen we dat inwoners meer zelf en samen kunnen doen? De andere helft is: Hoe zorgen we dat professionals, organisaties en gemeente aansluiten bij wat inwoners zelf al doen? Juist daar ontmoeten de sociale basis en de professionele wereld elkaar.

Van regionale tekentafel naar lokale praktijk

Tijdens deze Dorpstafel zat een breed perspectief aan tafel: inwoners, welzijn, wonen, zorg en gemeente. We hoeven samen geen nieuw systeem te ontwerpen. Er is al heel veel.

De uitdaging is vooral om beter te verbinden wat er al is. Carolien vatte een deel daarvan mooi samen: Geef voorlichting en zet de deuren open. En soms moeten we ook kunnen zeggen: laat mensen zijn. Niet ieder verschil hoeft opgelost te worden en niet ieder afwijkend gedrag is een zorgvraag. Een leefbare gemeenschap vraagt ook tolerantie en ruimte voor verschil. Maar wanneer gedrag daadwerkelijk de veiligheid of leefbaarheid raakt, moeten zorgen serieus worden genomen en moet duidelijk zijn wie aansluit. Ook privacy hoeft daarbij niet steeds het beginpunt van het gesprek te zijn. Er kan veel wél: elkaar kennen, inwoners voorlichten, algemene situaties bespreken, routes duidelijk maken en zorgen dat mensen weten bij welke deur zij kunnen aankloppen.

Wat nemen we mee?

De tweede Dorpstafel leverde geen nieuw model op, maar wel een duidelijke richting:

  • Begin bij wat er al is en sluit daarbij aan.
  • Investeer in elkaar kennen: inwoners onderling én inwoners en professionals.
  • Maak inwoners handelingszekerder, zonder van hen hulpverleners te maken.
  • Blijf kijken wie ontbreekt en niet vanzelf meedoet.
  • Neem serieuze zorgen van inwoners serieus en luister voordat een oplossing wordt bedacht.
  • Maak sociaal verwijzen wederkerig: professionals kennen de weg naar het gewone leven en inwoners kennen de weg naar professionele ondersteuning.
  • Zet professionele deuren open en maak duidelijk wie wanneer kan aansluiten.
  • Geef ruimte aan verschil, maar herken wanneer grenzen aan leefbaarheid of veiligheid worden bereikt.
  • Zie samenredzaamheid als wederkerig: meer verantwoordelijkheid in de gemeenschap vraagt óók om nabijheid en bereikbaarheid van professionals.
  • Blijf samen leren: ervaringen terugbrengen, reflecteren en bijsturen in plaats van vooraf alles dicht te organiseren.

Daarmee wordt de beweging die we in Herveld-Andelst zoeken steeds duidelijker: Niet méér verantwoordelijkheid bij inwoners neerleggen omdat professionele zorg het niet meer alleen kan dragen. Wel inwoners én professionals helpen om ieder vanuit hun eigen rol verantwoordelijkheid te nemen, elkaar te kennen en elkaar op tijd te vinden. Dan blijven preventie, participatie, vroegsignalering en samenredzaamheid geen beleidsbegrippen, maar iets wat in het gewone leven daadwerkelijk kan gebeuren.

Samen zorgen we dat iedereen opvalt en niemand uitvalt.

De volgende Dorpstafel is op woensdag 17 maart 2027, van 11.30 tot 13.30 uur in De Hoendrik.