3e Jan Troost-lezing

Tijdens de jaarlijkse Jan Troost-lezing stond dit jaar één vraag centraal: hoe zorgen we voor een samenleving waarin mensen met
een beperking vanzelfsprekend mee kunnen doen?
Op 22 april 2026 organiseerde Ieder(in) samen met de familie Troost de derde Jan Troost lezing. Met deze jaarlijkse lezing eren ze Jan Troost en zijn onvermoeibare inzet voor gelijkheid en toegankelijkheid voor mensen met een beperking en/of chronische ziekte. De zaal in het Van der Valk Hotel in Utrecht zat bomvol. Midden voor het podium was een schilderij met een roodborst neergezet. Zo is Jan er toch bij; hij zei altijd dat hij als roodborstje terug zou komen. Er waren schrijftolken en gebarentolken aanwezig.

Rijdende rechter Iris Crombeen en directeur van Ieder(in) Deborah Lauria bespraken de rol van systemen, beleid en toegankelijkheid.

In toga is mijn rolstoel geen onderwerp,” zegt Iris Crombeen. “In de zorg is dit vaak het vertrekpunt.”
Iris Crombeen sprak over haar ervaringen als ‘rijdende rechter’ in een wereld vol drempels. Hoe beweeg je je tussen ‘de gehandicaptenwereld’ en ‘de gewone wereld’? Iris legde uit hoe verschillend mensen naar haar kijken. Dit is afhankelijk van de situatie waarin zij zich bevindt. In haar werk wordt zij gezien als rechter, met gezag en verantwoordelijkheid. In andere situaties wordt zij vooral gezien als iemand met een beperking.
“Als rechter met een toga achter een balie valt het niet op dat je van een rolstoel gebruikt maakt. Je wordt aangesproken met Edelachtbare, je hebt een bepaalde status”.

Een opvallende tegenstrijdigheid
Iris Crombeen wees ook op een opvallende tegenstrijdigheid. In het dagelijks leven moeten mensen met een beperking bewijzen dat zij mee kunnen doen. Maar zodra zij ondersteuning nodig hebben, moeten zij juist laten zien hoe beperkt ze zijn. “Ik moet bewijzen dat ik het red, en tegelijk bewijzen dat ik het niet red”. Volgens Iris is dit geen toeval, maar onderdeel van het systeem. Dat kost veel energie en raakt aan iets fundamenteels: waardigheid. Het dwingt mensen om zichzelf steeds opnieuw te beoordelen en aan te passen, afhankelijk van het loket waar zij staan

Menselijkheid als kracht, in de geest van Jan Troost
De lezing stond volledig in het teken van Jan Troost. Hij zag scherp dat ongelijke behandeling niet ontstaat door mensen, maar door systemen. Hij geloofde niet in medelijden, maar in rechten. Niet in uitzonderingen, maar in gelijkwaardigheid.
Zijn overtuiging klonk door in alle bijdragen: als je het goed regelt voor mensen met een beperking, heb je het goed geregeld voor iedereen.
Met de Jan Troost-lezing willen Ieder(in) en de familie Troost blijven aanzetten tot verandering. Niet door toegankelijkheid steeds achteraf te herstellen, maar door meedoen vanaf het begin vanzelfsprekend te maken. Als kinderen elkaar van jongs af aan ontmoeten, groeit begrip vanzelf. Dan wordt er anders nagedacht over scholen, gebouwen en formulieren. Niet achteraf repareren, maar vanaf het begin goed ontwerpen. Dat vraagt volgens Deborah om keuzes van de politiek. En ook om een andere blik van scholen, werkgevers, gemeenten en professionals.

Echte verandering begint vroeg
Deborah Lauria richtte zich in haar bijdrage vooral op toegankelijkheid. In Nederland is toegankelijkheid vaak nog geen vast uitgangspunt, maar iets wat achteraf moet worden geregeld. Dat betekent extra formulieren, aparte aanvragen en steeds opnieuw uitleggen. Zolang toegankelijkheid iets blijft wat je moet aanvragen en bewijzen, blijft meedoen onzeker. Dan hangt
gelijke behandeling af van regels en procedures, in plaats van vanzelfsprekendheid. Volgens Deborah begint echte verandering eerder. Niet pas bij loketten of wetgeving, maar bij hoe we samenleven en samen opgroeien. Kinderen met en zonder beperking zouden vanzelfsprekend samen moeten leren, spelen en reizen.

Iris Crombeen verbindt dit aan haar werk als rechter. Recht doen betekent voor haar niet dat je afstand houdt, maar dat je begrijpt wat een besluit betekent voor het leven van mensen. Menselijkheid is daarbij geen zwakte, maar een noodzaak. “Het is belangrijk dat mensen zich gezien en gehoord voelen.” Ze geeft zo een nieuwe betekenis aan het bekende beeld van de ‘rijdende rechter’: een professional die niet alleen regels toepast, maar ook oog heeft voor de gevolgen in het dagelijks leven.
“We hebben drempelloze oplossingen,” zegt Deborah Lauria “maar nog geen inclusieve standaard.